Liever zes blazers dan 28 harpen
Vanaf het Muziekgebouw aan 't IJ, deze week de
solar plexus van het Wereld Harp Festival, is het een winderige wandeling naar
de Bernard Haitinkzaal in het nieuwe Amsterdamse conservatorium. Over het
metrospoor, langs het Stedelijk Museum CS (wat ligt dat er op die plek treurig
bij), dan nog een paar hoeken om, et voilà, daar is het conservatorium, en nog
iets verder, aangegeven met een geïmproviseerde bewegwijzering, de zaal die is
vernoemd naar Neerlands beroemdste nog levende dirigent.
Haitink mag niet klagen. De zaal, die pas in september officieel open gaat,
heeft ontegenzeglijk cachet, met zijn - vanzelfsprekend - rode pluchen stoelen,
de sfeervolle belichtingsmogelijkheden vanuit de zijwanden en de gemarmerde
plafondtekening.
De BH-zaal (hm, dat klinkt toch niet helemaal lekker) was gistermiddag goed
gevuld voor het concert van Marianne Smit en Esther Kooi, die Freude speelden;
één van de laatste stukken Karlheinz Stockhausen bij zijn leven voltooide.
Uiteraard mocht dit werk voor twee harpen niet op het Wereld Harp Festival
ontbreken.
Freude is het tweede uur van Klang, de 24-delige cyclus, ingericht naar de uren
in een dag, waaraan Stockhausen na het zevendelige Licht (voor elke dag van de
week een opera) werkte. Het is de verklanking van de Pinksterhymne Veni creator
spiritus, en de tekst wordt door de harpistes gezongen, non-vibrato en met
engelenstemmen.
Freude begint met prachtig resonerende, brede akkoorden, waarna er virtuoos moet
worden getokkeld of met open handen tegen de snaren moet worden geslagen
(gevolgd door nadrukkelijk gehijg; een sterk moment). Werkelijk nieuwe
technieken openbaart Stockhausen evenwel niet, en met zijn tijdsduur van een
kleine veertig minuten is het stuk ook aan de lange kant. Maar wat speelden Smit
en Kooi het geweldig.
Het avondconcert, in het Muziekgebouw, was gewijd aan de nagedachtenis van Phia
Berghout (1909-1993), oprichtster van het Wereld Harp Festival. Het bevatte
stukken die ze zelf vaak heeft gespeeld (Debussy's schitterende Danse sacrée et
danse profane, het Adagietto van Mahler). Omdat Berghout een voorvechtster was
van nieuw (Nederlands) repertoire, klonken ook een nieuw stukken van Otto
Ketting en de Israëliër Ami Maayani. Kettings Albumblatt, voor 28 harpen en zes
koperblazers, maakte vooral indruk door de meesterlijke koperkoralen. De
monumentaliteit die hij met slechts zes blazers weet op te roepen was heel
bijzonder, en zo ook de harmonische spankracht van de akkoorden. Uit de
28-voudige harppartijen bleek vooral hoe lastig het is om voor zo'n massaal
apparaat te schrijven. Met voorsprong de meest overtuigende passage was de
overgang van het koper naar John Adams-achtige repetitieve figuren, waarmee het
harpencorps opeens een scherp profiel kreeg.
Maayani lukte dat al niet eens met vier harpen - wat een slappe noten in zijn
L'esprit baroque méditerranéen. En dat is dan een componist die al vijftig jaar
muziek voor harp componeert. (ERIK VOERMANS)
The Tenth World Harp Congress. Marianne Smit, Esther Kooi (harp).
Gehoord: 20/7 Bernard Haitinkzaal. Harp Ensemble o.l.v. Libia Hernandez.
Rotterdam Chamber Orchestra o.l.v. Conrad van Alphen. Gehoord: 20/7,
Muziekgebouw aan ' t IJ.
(Bron: Het
Parool van 21 juli 2008)